De web drie-eenheid
Sinds er over web 2.0 gepraat wordt denken sommigen dat web één ineens ouderwets is. Maar dat is natuurlijk je reinste kolder. Web 1.0, web 2.0 en web 3.0 zijn namelijk drie punten van één taart.
Web 1.0 = digitale publicatie
De grootste taartpunt van het hedendaagse internet draait om publicatie; web één is een gigantische bibliotheek. Je vindt er kranten, tijdschriften, boeken, folders, artikelen, rapporten, radioshows, video’s, tv-series, … noem maar op. Alles wat vroeger via fysieke media verspreid werd, wordt dat tegenwoordig (ook) online.
Voor adverteerders is dit web gewoon een extra medium, naast de reeds bestaande. Je kunt er je reclameboodschappen op kwijt, en je kunt er op eigen websites en ‘non spot’ plekjes informatie publiceren.
Web 2.0 = digitale communicatie
De tweede taartpunt draait om communicatie. Niet via e-mail, maar gewoon rechtstreeks op het web. Consumenten kunnen bijvoorbeeld hun meningen in formulierveldjes typen. Of een eigen profielpagina maken, met zelfgemaakte teksten, foto’s en video’s. Waarop anderen dan weer kunnen reageren, op elke manier die je maar bedenken kunt.
Veel adverteerders vinden dit een nogal glibberig terrein. Adverteren naast ‘user-generated content’ levert immers nogal weinig op, terwijl de user-generated crap je merk ernstig beschadigen kan. Toch kun je er met de juiste mindset en expertise flink wat waarde uit destilleren. Jammer (of juist mooi) dat dit nog maar weinig gebeurt.
Web 3.0 = digitale intelligentie
De laatste taartpunt is op dit moment nog microscopisch klein, maar zal over tien jaar het internet compleet overheersen. Web drie zal namelijk miljarden computers met elkaar verbinden, op zó’n manier dat zij de informatie op het web ook echt begrijpen. En die vervolgens volledig zelfstandig zullen filteren en analyseren, om ‘t in hapklare brokjes aan hun eigenaars te kunnen opdienen.
Een voorbeeld: Je loopt door een winkelstraat, en je iPhone vertelt je ineens dat die leuke camera die nog steeds niet geleverd is, over 10 meter rechts in een etalage ligt. Je loopt de winkel binnen en koopt het ding, en je iPhone annuleert volledig zelfstandig de overbodig geworden online order.
Voor adverteerders is dit derde web een wereldwijd, aan alle binnen en buiten je onderneming beschikbare vaste en mobiele computers gekoppeld, marketing-, voorraad- en ordersysteem. Met meer kunstmatige intelligentie dan biologisch ooit beschikbaar zal zijn.
Content was king
Een Amerikaanse uitgever verkoopt ruim $55 miljoen per dag aan advertentieruimte naast gratis content. Er is geen redactie, hij betaalt geen enkele fotograaf en hij heeft ook geen vormgevers in dienst. De publicatie wordt gratis wereldwijd verspreid, met ruim 25% winst.
Het is by far het mooiste voorbeeld van een open source verdienmodel: $1,3 miljard dollar per kwartaal winst maken met 100% vrije content. Want dat is open source: vrije content. Vrij te gebruiken, en vaak zelfs gratis verkrijgbaar, bronmateriaal. Open source is een gigantische hoeveelheid code, tekst en beeldmateriaal die zomaar voor het oprapen ligt. Op het wereldwijde web.
Voor de Hogeschool Rotterdam verzorgde ik laatst een workshop met de titel ‘Open Source; hoe kun je geld verdienen met iets dat gratis is?’. En daarbij kwam Google – de uitgever waarover ik het hierboven had – vanzelfsprekend uitgebreid aan bod. Maar ook een hele mik andere bedrijven die hebben ontdekt dat content slechts grondstof is, en software de raffinaderij.
Software is in het afgelopen decennium veranderd van werkpaard in onderscheidende factor. Tekstverwerkers en spreadsheets bestaan nog steeds, maar kijk eens naar wat er allemaal is bij gekomen. De grootste uitgever ter wereld publiceert geen content meer, maar maakt het vindbaar en interactief. iTunes verkoopt meer muziek dan iedere andere on- en offline Amerikaanse outlet, dankzij de prachtige, intuïtieve interface. Fotocamera’s onderscheiden zich niet meer met lenzen en sluitertijden, maar met software die automatisch op personen scherpstelt, en afdrukt zodra iedereen vrolijk kijkt. De verkoop van wegenkaarten stort in dankzij een apparaatje dat automatisch de weg voor je vindt, Philips kleurt lampen met software en zelfs tandenborstels verworden tot ‘mondverzorgingssystemen’ vol software en draadloze displays.
En wat er om ons heen gebeurt, verandert natuurlijk ook onze reclamewereld. Ook hier is software geen hulpmiddel meer, maar een usp. Websites met knappe software zijn succesvoller dan die met praatjes en plaatjes. Modeshows met interactieve 3D-projecties trekken meer aandacht dan die met mooie modelletjes. En commercials waarin je zelf online kunt meespelen nestelen zich dieper in de koopcortex dan duizendmaal herhaalde kijk-commercials.
Programmeurs zijn de creatieven van de toekomst.
Het wie, wat, waar, hoe, wanneer en waarom van mobile video
Als je mobile video tot een succes wilt maken, zul je je inspanningen op de wensen en gebruiken van je kijkers moeten afstemmen. En die verschillen echt dag en nacht met die van de welbekende ‘coach potatoes’. Mobile video is geen mobile TV:
Wie
Voor het bekijken van mobile video heb je niet alleen hippe gadgets nodig, je moet ook nog eens weten hoe je die dingen instelt en gebruikt. En die laatste voorwaarde beperkt je bereik enorm: ga er voor ‘t gemak maar van uit dat de gemiddelde kijker een twintigjarige gadget freak is.
Wat
De video’s die je maakt zullen moeten aansluiten bij de belevingswereld van je doelgroep. Denk dus eerder in termen als ‘hilarisch’, ‘uitdagend’ en ‘grensverleggend’, dan in termen als ‘informerend’, ‘objectief’ en ‘interessant’.
Waar
Je doelgroep heeft op vrijwel elke plek waar ze langer dan één uur verblijft wel een computer staan. En het woordje ‘mobile’ in mobile video staat er dan ook niet voor niks. Maak geen content voor op de bank, maar content voor onderweg.
Hoe
Streaming video naar mobieltjes zuipt geld en batterijen. En je zult dus zien dat de meeste mobile video content thuis al op het kijkdoosje wordt gezet, om pas later te bekijken. Met iTunes bijvoorbeeld, door je te abonneren op allerlei videopodcasts.
Wanneer
Mobile video wordt als tussendoortjes geconsumeerd. Tijdens het wachten op een taxi bijvoorbeeld. Of in de kantine, tussen twee colleges in. Je kijkers nemen er dus niet even rustig de tijd voor, ze gaan er niet makkelijk voor zitten. Maak daarom korte clipjes, denk in ‘snack cultuur’.
Waarom
Vermaak is ongetwijfeld de belangrijkste reden, maar absoluut niet de enige. Flink wat content wordt met vrienden en kennissen gedeeld, door samen naar ‘t schermpje te kijken. (En da’s best intiem, met zulke kleine k**schermpjes ;-)
iPhone vliegt de winkels uit
Apple heeft dit weekend zijn iPhone op de (Amerikaanse) markt gebracht. En daarbij gingen er maar liefst 500.000 over de toonbank.
Apple heeft volgens Piper Jaffray dit weekend een half miljoen iPhones verkocht. Pakweg zes per seconde, als de winkels dit weekend drie maal acht uur open zouden zijn geweest.
In 2006 zijn er wereldwijd 71 miljoen smartphones verkocht, waarvan 10% in Amerika over de toonbank ging. Apple heeft in één weekend dus ruim 7% marktaandeel veroverd.
Microsoft’s Steve Ballmer moest in januari nog hard lachen om “de duurste smartphone ooit”. En dan refereerde hij ook nog ‘ns aan het $499 4GB model, dat slechts 5% van de consumenten aansprak. 95% van de kopers koos voor de $100 duurdere 8GB versie.
Microsoft heeft in pakweg 5 jaar tijd een marktaandeel van 25% veroverd, Apple pakt 7% in één weekend. Zoek de verschillen… ;-)
iPhone zet wereld op z’n kop
Ik zag zojuist dit demofilmpje van de iPhone, de smartphone waarmee Apple volgende week de wereld op z’n kop gaat zetten.
Eind vorige eeuw was men euforisch over WAP en iMode, maar die stierven al snel een stille dood. En begin deze eeuw zou iedereen ineens TV gaan kijken, op hun mobiele telefoons. Maar ook daar kwam niets van terecht.
Om dat mobiele internet vlot te trekken is een revolutie nodig. En die komt er: Kijk maar eens naar deze iPhone demonstratie, en tel het aantal keren dat je ‘wauw’ zegt. Mark my words: die Apple iPhone is voor ‘mobiel (internet)’ wat de iPod voor ‘portable audio’ heeft betekend: een ware revolutie.
Je hebt nog pakweg een jaartje de tijd om jezelf deze revolutie eigen te maken; die iPhone komt namelijk eerst alleen maar in Amerika uit…
Reken jezelf rijk, met ‘mobile TV’
Mobiele TV, al decennia lang ‘the next big thing’, gaat het ook dit jaar weer helemaal maken. Althans, dat denken de analisten van eMarketer: “eMarketer forecasts that the total number of mobile TV and video subscribers globally will rise from 40 million in 2006 to over 750 million in 2011.”
Eén pluspuntje: de heren onderzoekers hebben inmiddels tenmiste het verschil tussen mobile TV en mobile video ontdekt. En zien voor dat laatste – terecht – een grotere toekomst weggelegd. Maar die intelligentie houdt niet lang stand; het rapport voorspelt namelijk ook dat het ‘op door uitzenders vastgestelde tijdstippen kijken naar wat ieder ander ook al ziet’ over vijf jaar ineens weer een groeispurt kent. En dat is weer de reinste kolder…
Als je écht rijk wil worden met mobiele video, dan investeer je in een clubje jongelui dat makkelijk uitwisselbare video-tjes schiet. En ervaring hebben met het beeldend vertellen op minuscule schermpjes. Want die gaan straks jouw verhaal in informatieve en/of recreatieve videocontent vertalen, voor gratis en ‘virale’ uitwisseling via peer-to-peer mobiele netwerkjes.
Second Life wordt hartstikke overhyped
Werkelijk iedereen zingt vandaag de dag blij in koor: Second Life is ‘the next internet’. Behalve ik, want volgens mij zijn concepten die de wereld niet verbeteren maar slechts nabouwen al voor hun geboorte ten dode opgeschreven. Op Marketingfacts.nl gooi ik daarom maar eens de knuppel in het hoenderhok, met dit stukje toekomstfictie:
Sprookje Second Life definitief voorbij
Het in 2003 gestarte Second Life is, twee jaar na de grote hype uit 2007, met een kleine ceremonie ten grave gedragen. De 1283 ‘last standing’ avatars logden vandaag om 12u00 PDT gezamenlijk uit, en twee minuten daarna gaf Time Warner haar servers de doodsteek. Het ooit zo mooie sprookje is definitief voorbij.
Het einde van Second Life is een gevoelige klap voor Time Warner, het bedrijf dat Second Life in juli 2007 voor maar liefst $1.25 miljard ($200 per ooit aangemelde gebruiker) in haar portfolio opnam: haar beurskoers kelderde in de afgelopen drie hectische maanden met ruim 15%. Te weinig mensen hebben zien aankomen dat ‘het Madurodam van het Internet’ zó snel en zó hard ineen zou storten.
De eerste barsten in het Second Life sprookje vertoonden zich nog geen twee maanden na de grote overname, toen Reebok, American Apperal en Dell – SL ondernemers van het eerste uur – vlak na elkaar de stekkers uit hun virtuele shops trokken. Hun redenen – ‘te duur, te bewerkelijk en geen toegevoegde waarde’ -galmden het hele internet door en deden SL op de grondvesten schudden.
In directiekamers wereldwijd kwamen de rekenmachines terug op tafel, en werden SL managers ‘t vuur aan de schenen gelegd. Vragen zoals ‘Klopt het dat de ROI van een normale website ruim duizend maal zo hoog is als die van een SL shop?’, ‘Zijn we echt zóveel loonkosten kwijt aan die avatars?’ en ‘Is het echt waar dat we voor elke klant in SL maar liefst 3m2 virtueel vloeroppervlak nodig hebben?’ werden ineens vaker gesteld dan beantwoord, en opdrachten zoals ‘Beperk de bezoekduur per klant dan maar tot maximaal 5 minuten per week’, ‘Gooi de deuren dan ‘s nachts en in ‘t weekend maar dicht’ en ‘Haal al die leuke lolbroek functies er dan maar snel weer uit’ vaker uitgevoerd dan tegengesproken. De sneeuwbal was gaan rollen…
Helemáál mis ging het, toen in januari 2009 bekend werd dat er van die vele miljoenen aangemelde gebruikers slechts 5% vaker dan tien maal terugkeerde, en nog geen 0,25% langer dan een half jaar ‘actief inwoner’ bleef. Veel virtuele miljonairs schrokken hier zó ernstig van, dat ze hun Linden Dollars massaal in de verkoop gooiden, en de koers daarmee nog sneller deden zakken dan een ineenstortende WTC toren. Ze veranderden de sneeuwbal in no-time in een alles vernietigend monster, waarvoor vluchten zinloos was.
In Nederland valt de schade godzijdank mee. De meeste bedrijven die eind 2006 / begin 2007 met veel verwachtingen en rumoer hun virtuele kantoren en winkels startten, waren in al 2008 met stille trom weer vertrokken. Alleen de laatbloeiers – voornamelijk ‘old skool’ TV-stations – hebben gevoelige wonden te likken. Maar ach, die waren toch al op sterven na dood…
Verlaagt consumer generated content onze standaarden?
Het internet staat op dit moment werkelijk tjókvol knipperende mySpace en Hyves pagina’s, slecht geschreven blogs en onscherp geschoten videos. En dat heeft natuurlijk een kwaliteitverlagend effect op onze marketinginspanningen. Al helemáál wanneer je merk echt aan brandgagement gaat doen. “De vraag naar professionele creativiteit hólt echt achteruit.” Fotografen, videografen, art directors, copywriters, journalisten, … noem maar op. Werkelijk állemaal voelen ze de hete adem van de overproductieve consument in hun rechtopstaande nekharen blazen. En zitten ze met de handen in het schrale haar; “Waar gaat dat heen, met onze leuke, goedbetaalde baantjes?”
Maar: vrees niet, er is geen enkele reden om bang te zijn. Die consumer generated future verlaagt onze standaarden niet; ze verhóógt ze juist. De plaatjes en praatjes worden welliswaar kneuteriger, maar de creativiteit eromheen absoluut niet.
Wij moeten juist nóg creatiever worden, om die overproductieve consument nog ‘het hoofd te kunnen bieden’. We moeten nieuwe paden zoeken, maken en bewandelen.
De creatief van morgen is dan ook geen fotograaf, art director of copywriter meer; hij is ‘t allemáál. Hij is een interactieve creatief generalist; iemand die zich niet meer specialiseert in kunstjes, maar in kennis en kunde. En die overproductieve consument niet meer tegenwerkt, maar juist hélpt. Met het maken van betere, en zuiverder, tweerichting (marketing-)communicatie.
En het reclamebureau van morgen? Dat is geen ‘meubelfabriek’ meer, maar een IKEA of een GAMMA. Of een meubelmakersopleiding, die elke geïnteresseerde consument de kneepjes van het vak bijbrengt. Of zelfs een …
Voorbeeld: Het internet, 10 jaar na nu
Mijn visie op het internet, die ik gisteren op Marketingfacts.nl plaatste, riep nogal wat vragen op. Wellicht komt een voorbeeld beter over?
Aan de reacties op mijn posting Visie: Het internet, 10 jaar na nu merk ik dat het verschil met het huidige internet niet door iedereen even goed begrepen wordt. Daarom hier een gebruiksvoorbeeld, waarin de voordelen van ‘peer to peer’ communicatie en kunstmatig intelligente apparatuur mooi naar voren komen. Je bent toe aan een uitje, en stapt op de eerste beste vlucht naar ‘t zuiden. Aangekomen in Milaan – een stad waar je nog nooit eerder geweest bent – wijst je PDA je automatisch de weg naar een gereedstaande taxi, omdat je PDA ‘weet’ dat je in vreemde steden altijd een taxi neemt.
Je PDA geeft je vervolgens volautomatisch de tip om naar de Biblioteca Ambrosiana te gaan, omdat je 1) geen afspraken in je agenda hebt, 2) hij ‘weet’ dat je van kunst en techniek houdt en 3) hij – zonder jouw tussenkomt – aan de computer in de taxi heeft gevraagd wat er hier in Milaan zoal te beleven valt. Jij vindt ‘t een leuk idee, en gaat naar die bibliotheek.
Terwijl je daar rondloopt geeft je PDA ineens een seintje: ‘De oorspronkelijke maker van die Mona Lisa mashup die je twee weken geleden van Harry hebt gekregen, en als background van je PC hebt ingesteld, loopt hier ook rond. Zal ik ‘ns kijken of hij/zij wellicht in is voor een gesprekje?’. Je tikt op ‘ja’, en je PDA start terstond een onderhandeling met de PDA van de artiest. Die daardoor het berichtje ontvangt dat er iemand uit Nederland in de bibliotheek rondloopt, met overeenkomende interesses en de vorig jaar door hem ontworpen Mona Lisa mashup als achtergrond op z’n PC.
Hij vindt ‘t leuk om je te spreken, maar heeft nu even geen tijd. Jullie beider PDA’s onderhandelen even om een passender tijdstip te vinden, en maken zelfstandig een reservering in een leuk restaurantje waar je zowel vlees als vegetarisch kunt eten (gebaseerd op de eetgewoonten van jullie beiden). Jullie zijn beiden eens met ‘t voorstel van jullie PDA’s, en bevestigen de afspraak.
Nu ‘weet’ je PDA ineens dat je in Milaan blijft (je hebt de volgende ochtend immers geen afspraken, en je vliegt vrijwel nooit ‘s avonds naar Nederland terug), en gaat ie dus op zoek naar een hotel dat bij jouw wensen past. Zodra hij wat heeft gevonden geeft ie je een seintje, je tikt het tweede hotel uit een lijstje van drie aan en je PDA boekt direct je kamer.
Als je vervolgens naar je hotel wilt, regelt je PDA een taxi voor je als je verder dan pakweg 1 km van dat hotel verwijdert bent, of stippelt hij een mooi wandeltochtje voor je uit, op z’n GPS routeplannertje.
Je wilt echter nog niet naar je hotel, en loopt nog even door de winkelstraten. Prompt krijg je een seintje dat de digitale camera die je in Nederland al een week in back order hebt staan bij een winkel hier gewoon op voorraad is. En daar word je wel blij van. Je loopt bij die winkel naar binnen, koopt de camera en je PDA annuleert automatisch je bestelling bij die veel te trage Nederlandse winkelier.
‘s Avonds eet je gezellig met je nieuwe Italiaanse kennis/vriend, waarmee je direct nog wat extra mashup’s en andere gegevens uitwisselt. En ‘s ochtends wordt je automatisch wat later dan normaal gewekt, omdat je PDA ‘weet’ dat je aardig wat gedronken hebt, en bovendien blijkbaar ‘op vakantie’ bent…

Te snel?
Sjef Kerkhofs op Molblog.nl:
De ontwikkelingen op het web volgen elkaar in een razend tempo op. De ene na de andere startup wordt gelanceerd met nieuwe technologieën en nieuwe denkwijzen. Kortom, een walhalla voor de echte online marketing en nieuwe media junkies. Termen als web3.0 en zelfs al web4.0 passeren steeds vaker de revue. Maar rennen we in ons enthousiasme onze werkelijke doelgroep, de rest van de marketingwereld, niet voorbij?
Mijn reactie:
Nee hoor, we gaan niet te snel. Het enige probleem is dat sommigen onder ons denken dat elke nieuwe ontwikkeling de vorige waardeloos maakt, terwijl het slechts uitbreidingen zijn. Oud = (web 1.0), nieuw = (web 1.0 + web 2.0), nieuwst = (web 1.0 + web 2.0 + web 3.0).
Categorie: Commentaar | Geen reacties »